|
| |
Wat is het verschil tussen borstvoeding en flesvoeding?
Het geven van borstvoeding of flesvoeding is een belangrijke keuze die
regelrecht verband houdt met de gezondheid van de baby. Niet alleen tijdens de
eerste zes weken of drie maanden, maar ook op latere leeftijd! Moedermelk is een
levende stof, die ongeveer 200 verschillende componenten bevat, terwijl
flesvoeding een dode stof is met ongeveer 30-40 componenten. Van veel van de in
moedermelk aangetroffen stoffen is nog niet bekend wat de functie precies is.
Het zal nog jaren van wetenschappelijk onderzoek vergen om alle eigenschappen
van moedermelk te leren begrijpen. Alleen al daarom kan flesvoeding niet anders
zijn dan inferieur.
Gedurende de zwangerschap passeren antistoffen van de moeder de foetus via de
placenta. Deze eiwitten circuleren gedurende enige weken of maanden na de
geboorte in het bloed van de zuigeling. Zij neutraliseren micro-organismen en
zorgen ervoor dat ze vernietigd worden door fagocyten - immuuncellen die
bacteriën, virussen en cellulair debris afbreken. Maar zuigelingen die met de
borst worden gevoed, krijgen nog meer bescherming van antistoffen, andere
eiwitten en immuuncellen in moedermelk. Niet voor niets bevelen Unicef en de
Wereld Gezondheids Organisatie aan de borstvoeding voort te zetten tot ver in
het tweede levensjaar. Vanzelfsprekend is moedermelk vooral de eerste maanden
van belang voor de baby, maar aangezien het immuunsysteem van kinderen pas rond
het vijfde jaar op volle sterkte is, is het zinvol de borstvoeding zolang te
continueren als moeder en baby dat willen en er plezier aan beleven. Voor het
kind is dat een gezondheidsbonus.
Borstvoeding geven is een kunst en tegenwoordig ook een wetenschap. De kunst van
het borstvoeding geven kan alleen geleerd worden van hen die zich daar in het
bijzonder op hebben toegelegd. De informatieavonden van La Leche League en
Borstvoeding Natuurlijk zijn voorbeelden van goede voorbereiding, er wordt
zwangeren geleerd hoe borstvoeding werkt en hoe je ermee om kunt gaan. Hier en
daar worden inmiddels borstvoedingcursussen gegeven door lactatiekundigen,
vrouwen uit diverse disciplines, met een gedegen opleiding en een internationaal
diploma op het gebied van borstvoeding. Het is te hopen dat door het organiseren
van meer van dit soort cursussen, liefst in samenwerking met verloskundigen, of
in samenwerking met de kraamafdeling van het ziekenhuis, de voorlichting over
borstvoeding geoptimaliseerd kan worden.
Bron: Siemian Berghuijs,
lactatiekundige IBCLC
(International Board of Certified Lactation Consultants)
|