Hoe vaak moet ik de borst geven?

Borstvoeding is een kwestie van vraag en aanbod, van het begin tot het eind van de lactatieperiode. Bovendien moet borstvoeding op gang worden gebracht. Hoe sneller we dat voor elkaar krijgen hoe beter dat is voor moeder en kind en hoe eerder er sprake zal zijn van een stabiele situatie waarin zij hun eigen ritme kunnen vinden.
Door de snelle opkomst van de flessenvoeding in onze eeuw, zijn wij het zicht kwijtgeraakt op hoe borstvoeding gegeven zou moeten worden. Die kennis is nu weer terug en bovendien aangescherpt. Dat heeft consequenties voor de adviezen die in de kraamperiode aan de moeder worden gegeven. Tegenwoordig is de kreet 'voeden op verzoek'. De vraag is echter of we de borstvoeding daarmee inderdaad goed op gang brengen en wat is 'op verzoek' eigenlijk.
Onder 'verzoek' verstaan we het huilen van de baby die honger heeft, maar veel baby's doen dat de eerste dagen nog niet. In zo'n geval adviseren we dan om de drie uur te voeden. Vaak krijgen we de baby's dan niet wakker, dus voeden we ze niet. De borstvoeding komt dan niet op gang en uiteindelijk grijpen we maar naar de fles. Er zijn ook baby's die wel veel huilen, ouders lopen eindeloos met ze rond en geven ze een fopspeen, want vaker dan om de twee drie uur een voeding kan toch eigenlijk niet denkt men. De meeste hulpverleners adviseren waarschijnlijk het gebruik van een opbouwschema. Daardoor krijgt de baby de eerste dagen zo goed als geen melk per voeding binnen, raakt niet verzadigd is en dus binnen korte tijd weer hongerig en huilerig.
Bij alle baby's kan de oplossing liggen in een nieuwe benadering. Wanneer de moeder de baby, na de eerste keer aanleggen vlak na de baring, in of naast haar bed houd kan zij op de baby letten en kunnen wij haar helpen met het interpreteren van de signalen die haar baby geeft. De meeste baby's zijn dol op zuigen, maar hebben de eerste paar dagen nog niet zoveel honger. Toch zullen zij de borst nemen als die op het juiste moment wordt aangeboden. Andere baby's hebben al wel honger en laten dat weten ook, hun behoefte moet ook bevredigd worden.
Bij de huilerige baby's is het heel eenvoudig, we moeten ons alleen realiseren dat we ook vaker kunnen voeden dan om de twee drie uur. Opbouwschema's leiden niet tot minder tepelkloven, ze stellen het krijgen van kloven hoogstens uit. Niet kort voeden maar goed aanleggen is de manier om tepelkloven te voorkomen.
Bij de baby's die niet huilen van de honger ligt het iets ingewikkelder. De moeder moet zelf bepalen wanneer ze hem de borst aanbied. Deze baby's slapen na de wakkere alerte periode kort na de bevalling zo'n 20 uur. Die slaap is echter niet steeds diep. Het juiste moment om de baby de borst aan te bieden is steeds als de baby niet meer in een diepe slaap verkeert, maar licht slaapt en dus geluidjes maakt, beweegt en zonder veel moeite in zijn halfslaap de borst accepteert. Als de eerste keer aanleggen goed is gelukt, is er ook geen wakkere baby nodig om te drinken, hij 'weet' tenslotte hoe het moet. Zo kan het gebeuren dat een pasgeborene de eerste twee drie dagen wel zo'n tien tot twaalf keer gedurende kortere of langere tijd aan de borst drinkt. We bieden de baby de eerste borst aan zolang als hij wil, of tot de tepels gaan schrijnen. Wanneer dat gebeurt, of als de baby spontaan loslaat, bieden wij de tweede borst aan. Als hij hem niet wil hoeft de tweede borst niet te worden opgedrongen, tenslotte drinkt de baby zo vaak dat beide borsten ruim aan bod komen.
Veelal worden tegenwerpingen gemaakt dat zo vaak voeden veel te veel is, vooral voor moeders die ook nog oudere kinderen hebben. Ik ben er echter van overtuigd dat het hele gezin ermee gebaat is deze aanpak te kiezen. Op deze manier is de borstvoeding op de derde of vierde dag van de kraamtijd goed op gang gebracht. De moeder zal veel minder last hebben van stuwing en de baby kan op het moment dat hij echt honger krijgt zijn buikje vol drinken en lekker gaan slapen tot hij weer wakker wordt van de honger. Nu zal hij zich gaan 'melden' voor een voeding en waarschijnlijk graag twee borsten per voeding leegdrinken. Op deze manier is voeden op verzoek tot stand gebracht.
De moeder, maar ook de rest van het gezin wordt veel gedoe bespaard. Veel minder moeders zullen vlak na de kraamperiode stoppen omdat ze het zonder hulp niet kunnen bolwerken, want ze zijn met hun baby al in een ritme terechtgekomen.
Ook hier is voorlichting op zijn plaats. Moeders die door middel van een cursus of moedergroep op de hoogte zijn van deze nieuwe aanpak zullen niet verbaasd zijn en de adviezen graag op willen volgen. Het komt tenslotte de borstvoeding, waarvoor ze gekozen hebben, ten goede. En, als we streven naar veel voedingen op een dag, is het niet erg als de baby eens een keertje niet wil. Wat voorop moet staan is, dat we hier vooral soepel mee om moeten gaan. Het advies is: kijk naar de baby en leg goed aan. Als een baby toch maar zes keer 'komt' is het ook goed, zijn signalen bepalen wat er gebeurt. Het tellen van het aantal voedingen is niet nodig. Het belangrijkste is dat de borstvoeding snel en goed op gang komt zonder de beperkende regels die we zo lang hebben gehanteerd en die nergens op gebaseerd waren. Moeder en kind zullen er wel bij varen.

 

Voordelen van frequent voeden de eerste dagen, (6 - 12 keer):
 *  De borstvoeding komt snel op gang.
 *  De baby krijgt de eerste dagen al het beschikbare colostrum, met alle 
 beschermende eigenschappen.
 *  Door de laxerende werking raakt de baby zijn meconium snel kwijt, en is de kans op
 icterus aanmerkelijk kleiner.
 *  De baby valt niet of nauwelijks af en blijft sterk genoeg om te drinken.
 *  De moeder krijgt geen ernstige stuwing meer.
 *  Moeder en kind wennen snel aan elkaar.
 *  De kans op problemen is vrijwel nihil.

Bron: Siemian Berghuijs,
         lactatiekundige IBCLC (International Board of Certified Lactation Consultants)