Hoe weet je of de baby genoeg drinkt?

Als je de verhalen moet geloven worden steeds vaker borstgevoede pasgeborenen in verre gaande staat van uitdroging aangeboden aan de kinderarts. Stille ondervoeding aan de borst heet dat tegenwoordig. Of er inderdaad sprake is van een toename kan ik niet beoordelen, nieuw is het verschijnsel zeker niet. Wel is de 'nieuwe benaming' een 'nieuwe bedreiging' voor het geven van borstvoeding. Zoal zo vaak wanneer er iets mis gaat met een borstgevoede baby, wordt dat aan de borstvoeding geweten. Op de een of andere manier is het heel moeilijk om in te zien dat problemen met de borstvoeding niet veroorzaakt worden door de borstvoeding (moedermelk), maar door het management van de borstvoeding.
Juist management is:

* De baby binnen een uur na de partus aanleggen en laten drinken;
* De baby daarna gedurende de eerste twee drie dagen zo vaak aanleggen als de 
   baby maar wakker is, minimaal acht keer en geen maximum;
* Daarna op vraag gaan voeden;
* Geen beperkingen opleggen in de duur van de voedingen;
* Niet bijvoeden;
* Geen spenen of fopspenen geven.
 

De oude manier waarop we met borstvoeding omgingen, zes voedingen per dag, opbouwschema's, bijvoeden, gebruik van fopspenen, bracht heel vaak de borstvoeding in gevaar. Door het vele bijvoeden kwamen de borstvoedingen niet goed op gang en uiteindelijk bleef een flesgevoede baby achter. Geen stille ondervoeding aan de borst, maar ook geen borstvoeding. Nu we met zijn allen steeds meer proberen de borstvoeding een goede kans te geven door het op de 'nieuwe' manier aan te pakken, doet zich dat probleem echter wel voor, wat is er dan mis met die methode?

Er is niets mis met de 'nieuwe' aanpak. Maar.... het feit dat de baby vaak aan de borst ligt is op zich geen garantie dat het goed gaat. Het drinken van de baby moet goed geobserveerd worden. Veel hulpverleners zijn al tevreden als 'het er goed uitziet', dat is echter niet voldoende. We moeten ook horen dat de baby drinkt. Dat is echter niet altijd makkelijk en soms niet mogelijk. De weegschaal kan dan uitkomst bieden.
Maar... hoor ik velen van u nu denken, we hebben de weegschaal nu juist uitgebannen als zijnde borstvoeding onvriendelijk! Dat is ook zo, de borstvoedingorganisaties hebben jarenlang gewaarschuwd voor het verkeerd gebruik van de weegschaal. Het wegen van een baby voor en na een voeding zou de moeder alleen maar zenuwachtig maken, met alle gevolgen voor haar toeschiet-reflex en uiteindelijk met een negatief resultaat voor de borstvoeding. Dat was ook een wezenlijk gevaar in de tijd dat we meteen naar de fles grepen als we al dachten dat de baby niet 'genoeg' had gekregen. In de tijd dat we niet konden beschikken over goede borstvoedinghulpmiddelen om zo nodig gedurende een paar dagen wat ondersteuning te bieden. In die tijd vonden we het ook normaal als baby's pas na drie weken op hun geboortegewicht terug waren. De tijden zijn echter verandert met de nieuwe kennis die voorhanden is over het optimaal begeleiden van borstvoeding tijdens de kraamperiode n door de mogelijkheden die de borstvoedinghulpmiddelen ons bieden n door het feit dat we niet meer bijvoeden met een fles, mocht bijvoeding nodig zijn, maar met een cupje of met de vinger-voedmethode.

Ook het gebruik van de weegschaal moet opnieuw beoordeeld worden. In de lactatiekunde wordt de weegschaal gezien als een belangrijk meetinstrument. Met de weegschaal kun je, door dagelijks op een vast moment te wegen, op een objectieve manier bepalen hoe het met de borstvoeding gaat. Wanneer de baby niet of nagenoeg niet afvalt na de partus, gaat het allemaal naar wens. De moeder heeft vaak gevoed de eerste dagen en de baby is sterk genoeg om nu zelf te bepalen hoe vaak en hoe lang hij wil drinken. Is de baby 10% of meer afgevallen, dan is er iets niet in orde. Ofwel men heeft met oud beleid de borstvoeding op gang proberen te brengen, is de baby goed aan de borst, dan zal het allemaal wel goed komen, ofwel er is iets mis met het drinken van de baby. Het aanleggen kan te wensen overlaten, de baby heeft wellicht niet de juiste techniek, een uitgebreide anamnese en observatie van het drinken zal de oorzaak van het afvallen duidelijk moeten maken en dus ook de aanpak om tot een oplossing te komen. In het eerste geval is de weegschaal een prachtig instrument om te laten zien dat het goed gaat met de borstvoeding, het zelfvertrouwen van de moeder groeit, ze zal steeds minder wegen en uiteindelijk genoeg hebben aan haar bezoekjes aan het consultatiebureau. In het tweede geval is de weegschaal het instrument dat aangeeft dat er iets mis is. De lactatiekundige die te hulp wordt geroepen zal zich eerst concentreren op het groeien van de baby en pas daarna op het verbeteren van de borstvoeding, hoewel veelal een combinatie mogelijk zal zijn. De zorg van de moeder over de toestand van haar baby is dan niet meer nodig en met vertrouwen in de toekomst kan ze werken aan het verbeteren van het management van de borstvoeding, de techniek van het aanleggen of de drinktechniek van haar baby.
Zonder weegschaal kan de situatie geheel uit de hand lopen en de gezond geboren baby in het ziekenhuis terecht komen. Een situatie die voorkomen had kunnen worden en die meestal ook eindigt met een baby aan de fles, wat niet in overeenstemming is met de oorspronkelijke wens van de ouders.
Stille ondervoeding aan de borst brengt gevaar voor de baby met zich mee en angst en schuldgevoel bij de ouders. Het heeft niets met de borstvoeding op zich te maken maar alles met de begeleiding van die borstvoeding. Het kan voorkomen worden door in elk kraambed weer een weegschaal te introduceren en die te gebruiken als een regelmatige controle van het gevoerde beleid, zodat in voorkomend geval op tijd hulp ingeroepen kan worden opdat noch de baby noch de borstvoeding in gevaar komen.

Bron: Siemian Berghuijs,
         lactatiekundige IBCLC (International Board of Certified Lactation Consultants)>