|
| |
Hoe zit het met allergie?
Allergie is een inmmunologische reactie van het lichaam op normaal
gesproken onschadelijke stoffen. Allergie wordt aangetoond door het vinden van
een verhoogde IgE. Bij zuigelingen kunnen diverse testen gedaan worden, de RAST
(Radio Allergo Sorbent Test), huidpriktesten en de SAFT (Skin Applied Food
Test). Geen van deze testen geeft echter een hoge mate van zekerheid omtrent de
diagnose bij jonge kinderen, niet als ze positief uitvallen en niet als ze
negatief uitvallen [1]. Van de SAFT test zijn nog onvoldoende gegevens bekent
[1]. Daar komt nog bij dat niet alle kinderen met allergische symptomen ook een
allergie hebben. Bij veel kinderen is sprake van een intolerantie voor bepaalde
stoffen, die op geen enkele wijze aantoonbaar is behalve door verbetering van de
klachten na eliminatie van de juiste voedingsmiddelen. Bij voedselintolerantie
kunnen ook niet eiwithoudende stoffen in het spel zijn. Veelal zijn de klachten
bij het intolerante kind echter dezelfde als bij het allergische kind, hoewel
serieuze klachten aan de luchtwegen en de huid toch vrijwel altijd meer op een
allergie duiden dan op een intolerantie, terwijl juist overmatig huilen veel bij
intolerantie voorkomt. In de praktijk spreken we meestal van
voedselovergevoeligheid omdat vaak niet duidelijk is of de klachten door een
allergie of een intolerantie worden veroorzaakt.
Als meest voorkomende klachten worden genoemd: [2]
- Gastrointestinale klachten
- spugen
- diarree
- groeistoornissen
- huilen/kolieken
- Luchtweg klachten
- neusverkoudheid
- chronisch hoesten
- chronisch piepen
- Huid problemen
- eczeem
- urticaria
- oral allergy syndroom
- exantheem
maar er zijn er veel meer, waaronder veelvuldig de hik hebben en
oorontstekingen bij baby's en pijn in de gewrichten, overmatig kwijlen en
bedplassen op latere leeftijd.[3]
Een in 1995 gepubliceerd vervolgonderzoek van Saarinen et al, toonde de
beschermende werking aan van borstvoeding op het ontstaan van allergische
aandoeningen tot op 17 jarige leeftijd [4]. Voor veel echtparen met een
atopische geschiedenis is de preventie die van het geven van borstvoeding
uitgaat dan ook terecht een belangrijke reden om met het geven van borstvoeding
te beginnen. Hoe allergie ontstaat en hoe het is te behandelen is nog lang niet
duidelijk. Ook is niet bekend hoe moedermelk beschermt. In de praktijk wordt
voornamelijk gesproken over koemelkeiwitallergie. Waar het zuigelingen betreft
die kunstvoeding krijgen, is dat op zijn plaats, aangezien het enige eiwit
waaraan zij worden blootgesteld het koemelkeiwit is. Deze rubriek gaat echter
over het borstgevoede kind. Bij borstvoeding ligt één en ander bepaald
gecompliceerder. De zuigeling wordt blootgesteld aan meerdere eiwitten, namelijk
in principe sporen van alle eiwitten die de moeder tot zich neemt, maar ook aan
andere voedingsmiddelen. Bij borstgevoede kinderen is dan ook lang niet altijd
sprake van een eenvoudige koemelkeiwitallergie, maar veelal van een meer
gecompliceerde voedselovergevoeligheid.
In 1994 is de 'Landelijke Standaard voor de diagnose en behandeling van
voedselovergevoeligheid bij zuigelingen op het consultatiebureau' gepresenteerd
[5]. De standaard is goed ontvangen en wordt goed geëvalueerd, maar de kritische
lezer zal tot de conclusie moeten komen dat er wat de borstvoeding betreft
teveel uit wordt gegaan van alleen de eiwitten. Voor met kunstvoeding gevoede
zuigelingen is er een keur aan alternatieven. Het is echter goed om te weten dat
elke gehydroliseerde voeding toch nog het risico van een
overgevoeligheidsreactie met zich meebrengt. In elke gehydroliseerde voeding
zitten toch nog grote brokken eiwit, en als het kind juist op dat eiwit reageert,
zal verbetering van de toestand uitblijven. Dit houdt in, dat bij een ernstige
verdenking van (in dit geval) koemelkovergevoeligheid, zo nodig meerdere
eiwithydrolisaten geprobeerd moeten worden voordat de diagnose definitief kan
worden gesteld.
De borstvoedende moeder kan alleen maar experimenteren met haar eigen dieet en
heeft daarbij begeleiding nodig. Om te beginnen wordt borstvoedende moeders nog
steeds aangeraden bepaalde voedingsmiddelen niet te eten omdat zij borstvoeding
gaat geven. Deze adviezen zijn te verwerpen omdat zij niet wetenschappelijk zijn
onderbouwd en moeders zo belangrijke voedingsmiddelen onthouden worden [6]. In
het rijtje van afgeraden voedingsmiddelen komen onder andere de kolen voor, die
een gasvormende werking wordt toegeschreven. Voor sommige mensen gaat dat
misschien op en wellicht voor sommige baby's, maar niet voor iedereen, bovendien
zijn kolen de grootste leveranciers van vitamine K en zodoende van groot belang
voor de voedende moeder en haar baby. Omdat voedende moeders een aantal
voedingsmiddelen wordt afgeraden, hebben zij het idee dat er met hun baby niets
meer mis kan gaan, tenslotte doen 'zij er alles aan' en zal hun baby niet
overgevoelig worden. De verwarring en teleurstelling is dan ook groot als deze
beperkende maatregelen niet het gewenste effect hebben. Voor borstvoedende
moeders geldt, dat zij in principe alles kunnen eten, tenzij hun baby
overgevoeligheidsklachten vertoont. Voor de meeste moeders zal dat betekenen dat
zij nooit problemen ondervinden, voor anderen dat hun baby buikpijn krijgt als
zij één bepaald voedingsmiddel eten, een derde groep moeders kan inderdaad
problemen krijgen met hun baby. Dan is het moment aangebroken om eens heel
kritisch naar het menu te kijken. Echter, wanneer er sprake is van een evidente
atopische familiegeschiedenis en/of een eerder overgevoelig broertje of zusje,
is preventie op zijn plaats.
De verloskundige of gynaecoloog, zou in het begin van de zwangerschap bij de
moeder kunnen informeren of er sprake is van atopische aandoeningen bij één van
beide ouders of in één van beide families. Is dat het geval, dan is het zaak de
moeder af te raden extra melkprodukten te consumeren tijdens de zwangerschap,
omdat het niet uitgesloten kan worden dat haar baby al tijdens de zwangerschap
gesensibiliseerd wordt tegen koemelkeiwit. Heel lang werd ontkend dat dit zou
kunnen gebeuren, maar inmiddels zijn er duidelijke aanwijzingen dat preventieve
dieetmaatregelen tijdens zwangerschap en lactatieperiode effect hebben op het
ontstaan van allergische aandoeningen zoals eczeem [7]. Ook uit de dagelijkse
praktijk zijn voorbeelden bekend van zwangeren die in de zwangerschap van hun
tweede baby koemelk vervingen door sojamelk omdat hun eerste baby overgevoelig
reageerde op koemelk, om vervolgens tot de verbijsterende ontdekking te komen,
dat hun tweede baby overgevoelig was geworden voor sojamelk. Het beste advies in
zo'n geval is tijdens de zwangerschap niet meer melkproducten te gebruiken dan
daarvoor. Gebruikte de moeder voor de zwangerschap in het geheel geen
melkprodukten dan moet zij dat tijdens de zwangerschap ook niet doen. Extra
kalkpreparaten zijn hier dan op zijn plaats. Moeders die 'dol' zijn op melk,
zouden zichzelf enige beperkingen op moeten leggen.
Ook worden sommige voedingsmiddelen aangeraden aan voedende moeders omdat zij de
melkproductie zouden stimuleren. Ook deze adviezen zijn niet gebaseerd op enig
wetenschappelijk bewijs [8]. Borstvoeding geven is gebaseerd op vraag en aanbod.
Wanneer niet vaak genoeg wordt gevoed, maar wel veel (bv) noten worden gegeten,
zal de productie niet toenemen. Bovendien teveel eten of drinken van deze
voedingsmiddelen kan weer tot overgevoeligheden leiden.
VERDENKING VAN OVERGEVOELIGHEID EN EERSTE ADVIES
Hoewel veelal de eerste symptomen van overgevoeligheid op voedsel zich pas
na twee of meer weken zullen openbaren, komt het toch regelmatig voor dat baby's
die in de zwangerschap gesensibiliseerd zijn, al vrij snel klachten vertonen.
Omdat het bij het geven van borstvoeding veelal niet alleen om melkproducten
gaat en eliminatie van uitsluitend melkproducten dan ook geen verbetering tot
gevolg zal hebben, is het zaak een groter aantal voedingsmiddelen weg te laten
gedurende een bepaalde periode. Zuigelingen reageren heel snel op allergenen, en
de klachten (behalve huidklachten) kunnen wanneer het juiste dieet wordt gevolgd,
ook snel weer verdwenen zijn. Nu behoort het niet tot de taak van de
verloskundige of de lactatiekundige allergie te behandelen, het kan soms echter
nuttig zijn en voor de hand liggen samen met de ouders te onderzoeken of er
mogelijk sprake is van een overgevoeligheid, juist omdat de verloskundige of de
lactatiekundige op dat moment bij de zorg voor de zuigeling is betrokken. Voor
ouders kan het een grote schrik, maar ook een geruststelling zijn te weten dat
de klacht van hun kind met de voeding te maken heeft. Hoewel borstvoedende
vrouwen in principe alles kunnen eten, liefst met een goede variatie, kan ook
elk voedingsmiddel reactie teweeg brengen bij de zuigeling. Een aantal
voedingsmiddelen komt echter veel vaker voor dan andere. Vijftien jaar ervaring
heeft mij geleerd dat de volgende voedingsmiddelen regelmatig voor problemen
zorgen;
- Alle zuivelprodukten (ook kaas)
- Bananen
- Appels
- Maïs
- Suiker
- Sperziebonen
- Doperwten
- Kippeëi
- Noten en pinda's
- Chocolade
- Soja
- Citrusvruchten
- Tomaten
Eliminatie van dit rijtje gedurende een week kan voor totale of
gedeeltelijke verbetering zorgen, vaak al binnen een paar dagen. Bij ernstige
huidklachten duurt het vaak langer. Één voor één weer introduceren van de
voedingsmiddelen maakt duidelijk om welk voedingsmiddel het gaat. Ouders worden
vaak heel goed in het zelf opsporen van verkeerde voedingsmiddelen,
doorverwijzen naar arts of diëtist is echter noodzaak, langdurig op eigen houtje
rommelen met dieten kan tot onaanvaardbare situaties leiden. Vermeld moet worden
dat sommige beoefenaren van Touch for Health, fantastische resultaten bereiken
met het opsporen van verdachte voedingsmiddelen.
Voor borstvoedende moeders is dit alles niet eenvoudig. Ouders van overgevoelige
kinderen hebben veel steun nodig en vooral begrip. In deze gevallen kan
langdurig borstvoeding geven een bijdrage leveren aan de gezondheid van de baby.
Bron: Siemian Berghuijs,
lactatiekundige IBCLC
(International Board of Certified Lactation Consultants)
|