Een of twee borsten per voeding?

Lactatiekundigen worden steeds vaker geconfronteerd met vrouwen die tijdens de kraamtijd het advies hebben gekregen één borst per voeding te gaan geven. Dit advies leidt in veel gevallen tot een teruglopende melkproductie en dientengevolge tot een falende lactatie. Waarschijnlijk komt het advies voort uit de opvatting dat baby's in elk geval een borst goed leeg gedronken moeten hebben om aan de vette achtermelk te kunnen komen. Juist dat deel van de voeding is verantwoordelijk voor de groei van de baby. Vooropgesteld dat het niet onmogelijk is op deze wijze een baby gedurende langere tijd te voeden, moet toch voor de gevaren van deze wijze van borstvoeding geven worden gewaarschuwd.

Borstvoeding geven verloopt volgens het vraag en aanbod principe. De stimulatie van de borsten door het zuigen van de baby zorgt voor het op gang komen van de melkproductie. Op deze wijze moet de productie ook in stand worden gehouden. Wanneer per etmaal de borsten slechts drie in plaats van zes maal worden geleegd en gestimuleerd, kan dat gemakkelijk leiden tot een teruglopende productie. Tenslotte, bij een vrouw die om welke reden dan ook maar met een borst voedt, zal de andere borst ophouden melk te produceren, terwijl de moeder met een tweeling aan de borst, de dubbele hoeveelheid melk zal aanmaken. Aangezien in beide borsten melk toeschiet wanneer er wordt gevoed, zal de moeder die per voeding slechts één borst laat drinken, steeds met een volle borst rondlopen. Dit verhoogd de kans op mastitis. Bovendien is het onplezierig voor de vrouw altijd een volle borst te hebben. Daarbij komt nog dat zeer veel vrouwen niet dezelfde hoeveelheid melk per borst produceren. Het komt niet zelden voor dat een van de borsten slechts de helft of minder produceert dan de andere borst. Dit kan ertoe leiden, dat de baby de ene voeding mogelijk te weinig krijgt aangeboden terwijl bij de volgende voeding de vollere, andere borst niet ge-heel leeg wordt gedronken.

Wanneer twee borsten per voeding worden aangeboden zullen zij, wanneer vraag en aanbod op elkaar zijn afgestemd, samen voor een volledige voeding zorgen. De borsten zijn beide leeg na de voeding, er is geen kans op verstopping van een melkkanaal en dus ook niet op mastitis en de vrouw loopt niet steeds met een volle, soms lekkende, borst rond.
Een moeder die structureel te veel melk aanmaakt voor haar baby, kan door tijdelijk een borst per voeding te gaan geven, haar productie laten afnemen. Steeds zal zij erop bedacht moeten zijn, dat ze op enig moment weer twee borsten kan gaan aanbieden. Het geven van slechts één borst per voeding kan zelfs leiden tot involutie van het melkklierweefsel, wat de volgende casus zal demonstreren.

 

 

Casus

Op woensdag werd ik gebeld door een moeder met een baby van twee weken oud. De moeder klaagde over een overproductie en aldoor lekkende borsten. Zij zag dit als een verklaring voor het feit dat haar kapotte tepels, die steeds in een nat zoogkompres zaten, niet wilden helen. Ze vertelde mij dat ze de vorige dag eenmaal met een tepelhoedje had gevoed om haar tepels enige bescherming te bieden. Daarna had de baby gedurende 12 uren de borst helemaal geweigerd, met en zonder tepelhoedje. De baby was nu weer goed aan het drinken, maar de pijn bleef. De moeder beschreef ook hoe haar baby de borst steeds niet goed kon pakken omdat die zo nat was van de heftig toeschietende melk. Met als mogelijk gevolg de kapotte tepels. De moeder had vanaf de geboorte een borst per voeding aangeboden. Zij had de indruk, dat de over- productie de oorzaak was van al haar problemen. Telefonisch adviseerde ik de moeder de borsten, na de laatste voeding die dag, eenmaal helemaal leeg te kolven, om een eventueel stuwmeer van melk te verwijderen. De volgende dag bezocht ik de moeder, om het aanleggen te observeren en mogelijke oorzaken van de nog steeds kapotte tepels te achterhalen. Ik sloot de mogelijkheid van een candida infectie niet uit. Ik trof de moeder aan met een duidelijk hongerig kind, dat niet na de voeding voldaan in slaap viel, maar ook niet meer echt protesteerde. De borsten waren vrij slap, een borst produceerde melk, over de andere borst had ik zo mijn twijfels. Wat ik aantrof was totaal niet in overeenstemming met wat de moeder mij de dag tevoren telefonisch had beschreven. Ik raadde de moeder aan gedurende enige dagen te kolven en te vingervoeden om haar tepels de gelegenheid te geven goed te helen. Ik had ernstige twijfels over de productie van de moeder. Die twijfel werd 's avonds bevestigd, toen de moeder telefonisch verslag deed. Haar totale productie was ongeveer 40 ml per keer afkolven. De moeder is op mijn aanraden om de twee uur gaan kolven. De eerste dagen kwam haar productie niet op peil, wel vertelde de moeder na een paar dagen dat haar borsten weer steviger werden. Langzaam maar zeker pakte haar lichaam het signaal weer op dat er toch melk geproduceerd moest worden en vermeerderde het klierweefsel zich weer. Er was in dit geval sprake van involutie van het melkklierweefsel en een geleidelijk teruglopende productie, veroorzaakt door het geven van een borst per voeding. De 12 uren die de baby helemaal niet had gedronken, waren in dit geval de druppel die de emmer heeft doen overlopen. De productie was onaanvaardbaar laag geworden.

 

Bij navraag bleek de baby de eerste week goed te zijn aangekomen, echter de laatste week liep de groei ook langzaam terug. De baby had zich vrijwel vanaf het begin om de 4 uur gemeld, eerst was dat met een overvloedige productie genoeg om te groeien, later heeft die lage frequentie, zeker gezien het feit dat maar uit een borst werd gedronken, stellig bijgedragen tot het involueren van het klierweefsel. Na een week kolven was de productie van de moeder weer zo goed als voldoende en zijn we de baby weer aan gaan leggen. Toen dat niet meteen naar volle tevredenheid lukte, is de moeder alsnog gestopt met het geven van borstvoeding.
Gedurende de eerste weken van de borstvoeding worden vraag en aanbod op elkaar afgestemd. Samen produceren de borsten een volledige voeding. Het is goed erop toe te zien dat in elk geval een van beide borsten goed wordt leeggedronken. Veel baby's zullen de borst zelf loslaten als deze 'leeg' is, ook kan door het drinkgedrag te observeren worden vastgesteld of de baby de borst voldoende leeg heeft gedronken. De meeste baby's zullen tijdens een voeding beide borsten leeg drinken en zo de achtermelk uit twee borsten krijgen.
Het kan goed zijn dat de eerste dagen na de bevalling de baby per voeding voldoende heeft aan een borst. Zo snel mogelijk moeten echter twee borsten worden aangeboden.

Bron: Siemian Berghuijs,
         lactatiekundige IBCLC (International Board of Certified Lactation Consultants)